Inhoud

Etnische minderheden

In 1987 is men met de uitvoering begonnen van het beleidsplan Werkgelegenheid voor etnische minderheden bij de rijksoverheid (EMO). De doelstelling van dit plan was het percentage minderheden werkzaam bij de rijksoverheid te doen toenemen van 2% tot 3% in de periode 1987-1990. Uiteindelijk zou aan het eind van de planperiode (1995) een percentage bereikt moeten worden van 5%. Deze doelstelling is vrij behoorlijk gehaald hoewel er geen sprake was van een evenredig aandeel van etnische minderheden in het rijksapparaat.

Met name in het bedrijfsleven bestonden grotere problemen bij de bevordering van de arbeidsparticipatie van de betreffende groepen. Om een arbeidsmarkt brede aanpak te ontwikkelen is in 1994 de Wet bevordering evenredige arbeidsdeelname allochtonen 1994 ingevoerd. Ondernemingen en organisaties met meer dan 35 werknemers vielen onder de werking van deze wet. In 1996 is de WBEAA gewijzigd in de Wet Stimulering Arbeidsparticipatie Minderheden (Wet Samen) met een (verlengde) looptijd tot 1 januari 2004. In de Wet Samen zijn zogeheten evenredigheidscijfers ontwikkeld (per organisatie) om te kunnen vaststellen in hoeverre het door de organisatie gevoerde minderhedenbeleid heeft geleid tot een stijging van de arbeidsparticipatie van deze groepen. Voor wat betreft het rijkspersoneel is sinds de inwerkingtreding van de Wet Samen een duidelijke toename te zien van het percentage rijksambtenaren afkomstig uit minderheidsgroeperingen. Het cijfer voor 2001 (7,9) ligt overigens wel onder het beoogde evenredigheidsgetal voor het betreffende jaar.

Tabel 4. Het percentage minderheden werkzaam bij de rijksoverheid in de periode 1997-2001.

Jaar

Percentage minderheden

1997

6,6

1998

7,2

1999

7,1

2000

7,5

2001

7,9

Bron: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, Diversiteitbeleid sector Rijk 2000-2002, Den Haag, 2003.

Tussen ministeries bestaan grote onderlinge verschillen zoals op te maken valt uit tabel 5. Met name de lage percentages van de ministeries van Economische Zaken, Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit en Volksgezondheid, Welzijn en Sport in vergelijking tot hun evenredigheidspercentages vallen op.

Tabel 5. Het percentage minderheden werkzaam bij ministerie van algemeen bestuur en de evenredigheidspercentages in 2001.

Ministerie

% minderheden

%Evenredigheid

Algemene Zaken

10.3

8.5

Buitenlandse Zaken

10.9

8.2

Binnenlandse zaken en Koninkrijkrelaties

14.3

8.4

Economische Zaken

4.5

8.3

Financiën

8.3

8.7

Justitie

8.1

8.9

Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit

3.8

8.1

Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

7.0

8.4

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

9.6

8.3

Verkeer en Waterstaat

7.4

8.5

Volkshuisvesting Ruimtelijke ordening en Milieu

9.3

8.2

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

6.3

8.4

Hoge colleges van Staat

7.9

8.6

Bron: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, Diversiteitbeleid sector Rijk 2000-2002, Den Haag, 2003.

Hoewel als gezegd over de laatste jaren meer rijksambtenaren uit minderheidsgroepen zijn aangesteld betreffen deze aanstellingen voornamelijk lagere functies. Slechts in beperkte mate vervullen deze ambtenaren middelbare en hogere posities. Wel is er sprake van een lichte stijging van vooral personen aangesteld in middelbare functies.

Tabel 6. Het percentage minderheden binnen het rijksapparaat naar schaalniveau in de periode 1997-2001.

Jaar

schaal

schaal

schaal

schaal

1-2

3-5

6-8

>8

1997

13,7

12,4

6,6

3,7

1998

12,6

13,3

6,8

4,0

1999

7,8

13,5

7,3

4,2

2000

*,*

13,9

8,0

4,4

2001

7,7

13,5

9,0

4,8

Bron: ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, Diversiteitbeleid sector Rijk 2000-2002, Den Haag, 2003.

Scroll naar top