Inhoud

Katholieken en de transformatie van de Nederlandse samenleving

De deconfessionalisering van katholieke organisaties en instellingen zette zich in de jaren zeventig door. Het Nederlands Katholiek Vakverbond fuseerde in 1981 met het socialistische Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV) in de Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV), nadat de beide vakverbonden al sinds 1975 een federatief verband met elkaar hadden gesloten. In 1980 kwam na een lang proces het Christen Democratisch Appèl tot stand uit de KVP, ARP en CHU. Het CDA beschouwde zichzelf niet zozeer als een christelijke, dan wel als een christelijk geïnspireerde volkspartij. Het CDA slaagde erin een belangrijk deel van de traditionele KVP-kiezers „mee te nemen”: in de jaren negentig stemde nog steeds een belangrijk deel van de zich als katholiek beschouwende Nederlanders CDA.

Tabel 4. Stemgedrag Nederlandse katholieken in de jaren negentig (in percentages katholieken).

1990

1994

1998

CDA

60

40

34

PvdA

13

18

29

VVD

12

16

18

D66

11

12

6

Groen Links

2

7

Bron: 1-2-1 Informatiebulletin 26 (1998), p. 328 (gegevens van Bureau Interview i.o.v. NOS en ANP).

De „c” kwam niettemin korte tijd in discussie toen in 1992 voor het eerst een niet-christen, de hindoe Ramlal, in de Tweede Kamer zitting kreeg voor het CDA.

Tabel 5 geeft een overzicht van enkele belangrijke fusies.

Tabel 5. Overzicht van enkele belangrijke fusies.

1966

Katholieke Vereniging van Hoger

Nederlandse Centrale

Personeel

voor Hoger Personeel

1970

Nederlands Katholiek Werkgevers

Nederlands Christelijk

Verbond

Werkgeversverbond

1972

Katholiek Nationaal Bureau voor

Nationaal Centrum voor

Geestelijke Gezondheidszorg

Geestelijke Volksgezondheid

1973

Wit-Gele Kruis

Nationale Kruisvereniging

1973

Katholieke Verkenners

Scouting Nederland

1975

Katholieke Werkende Jongeren

gedeconfessionaliseerd

1976

Nederlands Katholiek

Koninklijk Nederlands

Ondernemersverbond

Ondernemersverbond

1977

Algemene Rooms-katholieke

Algemene Christelijke Federatie

Ambtenarenvereniging

van Bonden van Personeel,

werkzaam bij de Overheid

1980

Katholieke Volkspartij

Christen Democratisch Appèl

1981

Nederlands Katholiek Vakverbod

Federatie Nederlandse

Vakbeweging

1995

Katholieke Nederlandse Boeren-

LTO-Nederland

en Tuindersbond

1999

Katholieke Onderwijs Vakorganisatie

Onderwijsbond CNV

In de tweede helft van de jaren tachtig echter gingen de nog resterende katholieke organisaties en instellingen meer aandacht besteden aan hun katholieke identiteit. Op initiatief van de in 1975 opgerichte Katholieke Raad voor Kerk en Samenleving (KRKS) ontstond een voorzittersoverleg in 1986 („Allerheiligenberaad”) en het Verbond van Katholieke Maatschappelijke Organisaties (VKMO) in 1988. KRKS, VKMO, KRO, de katholieke universiteiten van Brabant en Nijmegen en de Katholieke Theologische Universiteit te Utrecht concentreerden zich in de daarop volgende jaren niet meer zozeer op hun katholieke identiteit, maar vooral op de publieke presentie van het katholicisme in de Nederlandse samenleving. Belangrijke initiatieven hiertoe worden sinds de jaren tachtig genomen door de Radboudstichting. Deze stichting vormde tot 1964 het bestuur van de Katholieke Universiteit Nijmegen en van enkele bijzondere leerstoelen ‘katholieke levensbeschouwing’ aan openbare universiteiten. Tot de jaren tachtig leidde zij een dommelend bestaan, maar sindsdien werden de leerstoelen opnieuw bezet en het aantal verder uitgebreid, en ontwikkelde zij een omvangrijk programma van beurzen en subsidies met het oog op een katholieke aanwezigheid in de universitaire wereld. Het meest recente initiatief van de Radboudstichting om een katholieke stem te laten horen in het publieke debat, is de website www.tempora.nu, waarop ingehaakt wordt op actuele maatschappelijke discussies.

Gegeven de ontkerkelijkingstendens besteedden de bisschoppen bijzondere aandacht aan de katholiciteit van het onderwijs. De bisschoppen benadrukten vanaf de jaren zeventig dat de betreffende onderwijskrachten belijdend katholiek behoorden te zijn (Simonis 1973) en dat de katholiciteit van de scholen ook een band met de kerk impliceerde (Willebrands 1976, bisschoppen 1977). In 1988 trad een nieuw Algemeen Reglement voor het Katholiek Onderwijs in werking waarin voorwaarden voor de katholiciteit van de school waren opgenomen. De uitvoering van het reglement werd in handen gelegd van de Nederlandse Katholieke Schoolraad (NKSR). In 1996 publiceerden de bisschoppen de brief ‘Katholiek onderwijs in de komende tijd’ als aanzet voor een brede consultatie over het katholiek onderwijs. Drie jaar later bleek uit het rapport dat op deze consultatie gebaseerd was, dat er nog steeds een breed draagvlak bestaat voor het behoud van het katholiek onderwijs.

Tegelijk met een behoudende binnenkerkelijke koers bleven de bisschoppen een gematigd-kritische houding innemen ten opzichte van de Nederlandse samenleving en de Westerse samenleving in het algemeen. Zij besteedden veel aandacht aan kwesties als versobering en een „nieuwe levensstijl” en wijdden verschillende brieven aan deze onderwerpen (Vastenbrief 1973 Welvaart, verantwoordelijkheid, versobering; Vastenbrief 1974 Macht, onmacht, hoop; Vastenbrief 1976 Leven in verandering). In 1972 werd het Bedrijfsapostolaat voortgezet in de oecumenische Dienst aan de Industriële Samenleving vanwege de Kerken (DISK). In de tweede helft van de jaren negentig spitste de kerkelijke kritiek zich toe op de rationalisering en individualisering van de samenleving, terwijl het eenzijdig economisch gerichte beleid van de beide ‘paarse’ kabinetten van PvdA, VVD en D66 door de bisschoppen Muskens en Van Luyn telkens weer uitdrukkelijk werd bekritiseerd. Ook werd kritiek geleverd op de schaalvergroting en ‘veralgemenisering’ (lees: deconfessionalisering) van het maatschappelijk middenveld. Het VKMO leverde al in 1995 kritiek op voorgenomen besluiten met betrekking tot de winkelsluitingswet. In 1998 begonnen de gezamenlijke kerken een actie tegen de plannen voor een 24-uurseconomie, die huns inziens een bedreiging vormde voor het dag- en weekritme van de samenleving. In de loop van dat jaar werden daartegen ruim 800.000 handtekeningen opgehaald. Het protest laaide in 1999 nog eens op toen het kabinet plannen voor uitbreiding van de koopzondag presenteerde.

Uit de enquete God in Nederland III bleek in 1997 dat het moreel gezag van de kerken aanzienlijk groter was dan dat van de politiek of de vakbeweging. Dit gezag betrof echter vooral de boven gesignaleerde discussies op maatschappelijk terrein, en veel minder hun standpunten ten aanzien van het privéleven: abortus, euthanasie of homosexualiteit (zie hierna).

In de kernwapendiscussie, die vanaf 1980 ook onder katholieken sterk leefde, namen de bisschoppen een zoveel mogelijk niet-politiek standpunt in. Zij kritiseerden de politisering van het IKV en Pax Christi, maar verklaarden zich in 1983 in hun brief Vrede en gerechtigheid toch ook, zij het niet absoluut, tegen plaatsing van de kruisraketten. Vanaf 1988 participeerde ook de katholieke kerk in het door de Duitse filosoof C.-F. von Weiszacker bepleite Conciliair Proces voor Vrede, Gerechtigheid en Heelheid van de Schepping (brief Bondgenoten in Gods schepping?, 1989). De resultaten van een brede consultatie over dit onderwerp werden verwerkt in de bisschoppelijke brief Tot vrede in staat? (1996).

De onverminderde betrokkenheid van de katholieken bij missie en ontwikkelingswerk kan worden afgelezen uit de stijging van de uitgaven voor pastorale en ontwikkelingsprojecten. In 1987 werd daarvoor ruim 132 miljoen gulden opgebracht, dat is 14 miljoen gulden meer dan in 1986. Het geld werd onder meer uitgegeven door de Bisschoppelijke Vastenactie, het Centraal Missie Commissariaat, Melania, Memisa Medicus Mundi, Mensen in Nood, Missie Verkeersmiddelen Actie (Miva), de medefinancieringsorganisatie CEBEMO en de Pauselijke Missiewerken. De Bisschoppelijke Vastenactie en CEBEMO fuseerden in 1996 tot Bilance, dat vervolgens in 1999 samen met Memisa en Mensen in Nood de organisatie Cordaid vormde (met behoud van de ‘merknamen’ van de verschillende oorspronkelijke partners ten behoeve van collectes en acties). Cordaid alleen al kan rekenen op jaarlijks 90 miljoen gulden aan particuliere bijdragen.

Mede in verband met de betreffende wetgeving-in-ontwikkeling hebben de Nederlandse bisschoppen, gezamenlijk of afzonderlijk, zich sinds 1970 verschillende malen uitgelaten over kwesties als abortus, kunstmatige donorinseminatie en euthanasie (1974: bisschoppelijke verklaring over abortus, 1983: bisschoppelijke brief over euthanasie, 1989: afwijzing actieve euthanasie). Op basis van de katholieke moraalleer stelden de bisschoppen zich steeds afwijzend op. Zij trachtten ook-onder meer in de regelmatige informele gesprekken met KVP- en later CDA-politici – de politieke meningsvorming in dezen te beïnvloeden. Al in reactie op de verklaring over abortus stelde de KVP echter, dat de wetgeving rekening moet houden met een pluriforme samenleving, ook al kunnen politici of politieke partijen de norm op zichzelf onderschrijven. Met medewerking van het CDA kwamen zo in 1981 een abortuswet en in 1993 een euthanasiewet tot stand. Tegen de tolerante effectuering van deze wet en tegen een volgend wetsvoorstel (1999) met betrekking tot een beperkte strafbaarheid van euthanasie bleven de bisschoppen steeds protesteren.

Complexer lag de kerkelijke afwijzing van homofilie, omdat hier een spanning ontstond tussen de grondwettelijke vrijheid van godsdienst en de anti-discriminatiewet. In een concreet proces over een uitspraak van kardinaal Simonis met betrekking tot homofilie in 1987 oordeelde de rechter dat niet hij, maar de wetgever moet uitmaken wat de verhouding tussen beide grondrechten is. De invoering van het homohuwelijk in 2001 leidde opnieuw tot discussies, niet alleen vanwege de officiële kerkelijke bezwaren – die inmiddels genoegzaam bekend waren – maar ook omdat sommige pastores zich publiekelijk bereid verklaarden deze huwelijken met een kerkelijke viering te bezegelen, hetgeen doet vermoeden dat veel meer pastores buiten de publiciteit eveneens tot het meewerken aan dergelijke vieringen bereid zijn.

De anti-discriminatiewet was ook in andere gevallen (toelating van vrouwen tot ambtsopleiding, antifeministische uitspraken van Simonis) aanleiding om naar de rechter te stappen, vooralsnog echter zonder succes. De Algemene Wet Gelijke Behandeling houdt weliswaar rekening met binnenkerkelijke aangelegenheden, maar het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken benadrukte in 1988 dat vrijheid van godsdienst ook betrekking behoort te hebben op het beleven van de godsdienst in het geheel van de samenleving, hetgeen bijvoorbeeld bij personeels-werving tot uitdrukking kan komen. Een afkoopregeling voor de financiële verplichtingen van de overheid ten opzichte van de kerken werd bereikt in 1981. Al in 1946 was daartoe een staatscommissie voor de erediensten opgericht. Deze commissie (de Commissie-Van Walsum) stelde in 1967 een afkoopsom voor, welke op voorstel van het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken (1977) werd gezocht „in de pensioensfeer”.

In 1988 tenslotte kon de Wet op de Kerkgenootschappen uit 1853 worden opgeheven. Bij de grondwetsherziening van 1983 was deze wet door het nieuwe artikel 6 al grotendeels overbodig geworden. De Wet op de Openbare Manifestaties uit 1988 regelde wat er nog van de oude wet van gelding was.

Zie voor literatuur over kerk en staat paragraaf 8.2.

Literatuur

Literatuur over confessionaliteit:

  • L. ter Steeg, De akker is de wereld. Maatschappelijk engagement van Nederlandse katholieken, 1975-2000, Budel, 2001
  • „20 jaar DISK”, in: 1-2-1 Informatiebulletin, 20 (1992), Special, nov. 1992
  • D. Verkuil, Een positieve grondhouding. De geschiedenis van het CDA, ’s-Gravenhage 1992
  • H.-M. ten Napel, „Een eigen weg”. De totstandkoming van het CDA (1952-1980), Leiden, 1992
  • M.J.T. Martens (red.), Om het behoud van kwaliteit. Over identiteit en overheidsbeleid, Nijmegen (VKMO), 1992
  • J. Schouten (red.), Tussen impasse en impuls. Over de identiteit van katholieke organisaties en instellingen, Vught (VKMO), 1990
  • „Profiel van een katholieke omroep”, in: 1-2-1 Informatiebulletin, 15 (1986), special 11 april.

Literatuur over missie en ontwikkelingssamenwerking:

  • “Evangelie, missie, ontwikkelingssamenwerking. Bezinning bij 20 jaar medefinanciering van ontwikkelingsprojecten door Cebemo”, in: Informatiebulletin 121, 13(1985), 22 februari (special)
  • CMC geen bedrijf maar…., Oegstgeest (Centraal Missie Commissariaat), 1986
  • 25 jaar vastenaktie, Zeist (Vastenaktie-Nederland), 1985.
Scroll naar top