Inhoud

Geschiedenis tot 1813

De Staten-Generaal zijn in de 15e eeuw ontstaan, oorspronkelijk als een college van afgevaardigden van de diverse gewesten, bijeengeroepen door de landsheer. Het college had tot taak de zaken te behartigen die voor de gewesten van gemeenschappelijk belang waren.

In de eerste helft van de 16e eeuw, onder Karel V en Filips II, verzetten de Staten-Generaal zich steeds heftiger tegen onder meer de financiële eisen die deze landsheren stelden. In 1581 maakten de Staten-Generaal zich los van Filips II. De noordelijke Nederlanden ontwikkelden zich tot de Republiek der Verenigde Nederlanden, een statenbond, waarin de Staten-Generaal, samengesteld uit afgevaardigden van de gewesten, de uniezaken behandelden. Hieronder vielen het bestuur over de generaliteitslanden, de buitenlandse politiek, de defensie en het toezicht op de financiën.

Bij de stichting van de Bataafsche Republiek in 1795 verving de Nationale Vergadering de Staten-Generaal. Deze Nationale Vergadering vertegenwoordigde de bevolking van de gehele Republiek, dit in tegenstelling tot de Staten-Generaal, die een vertegenwoordiging van de gewesten vormden met dwingend mandaat.

In de Staatsregeling van 1798 doet als opvolger van de Nationale Vergadering het zogenaamd Vertegenwoordigend Lichaam zijn intrede, voor het eerst bestaande uit twee kamers. Het Vertegenwoordigend Lichaam werd – net als het wederom uit één kamer bestaande Wetgevende Lichaam in de latere staatsregelingen – indirect gekozen.

In 1806 zette keizer Napoleon de Bataafsche Republiek om in een erfelijk Koninkrijk Holland en benoemde hij zijn broer Lodewijk Napoleon tot koning. Van 1810 tot 1813 was het grondgebied als provincie ingelijfd bij het keizerrijk Frankrijk.

De namen, het aantal leden en de wijze van verkiezing van de diverse wetgevende colleges in de staatsregelingen van 1795 tot en met 1806 staan vermeld in onderstaande tabel.

De vertegenwoordigende lichamen, 1795-1810.

Naam

Aantal leden

Wijze van verkiezing

Nationale Vergadering (reglement 1795)

126

indirecte verkiezingen, met twee trappen

Vertegenwoordigend Lichaam (Staatsregeling 1798)

1 per 20.000 inwoners

indirecte verkiezingen, met twee trappen

Wetgevend Lichaam (Staatsregeling 1801)

35

indirecte verkiezingen, met drie trappen

Hun Hoog Mogende (Staatsregeling 1805)

19

indirecte verkiezing, door de leden van het departementaal bestuur

Hun Hoog Mogende (constitutionele wetten 1806)

38

indirecte verkiezingen, door de leden van het departemenraal bestuur

Hun Hoog Mogende (Constitutie 1806)

39

indirecte verkiezingen, door de leden van het departementaal bestuur

Bronnen:

  • S. Schama, Patriots and liberators: revolution in the Netherlands 1780-1813, NewYork, 1977
  • E. H. Kossmann, De Lage Landen, 1780-1940: anderhalve eeuw Nederland en België, Amsterdam, 1976
  • P. Geyl, Geschiedenis van de Nederlandse Stam, Amsterdam, 1930-1937.

Zie tevens hoofdstuk Kiesstelsel en Kiesrecht, Kiesstelsel Tweede Kamer, periode 1795-1848.

Zie voorts:

  • J. Oddens, Pioniers in schaduwbeeld. Het eerste parlement van Nederland 1796-1798, Nijmegen, 2012
  • S. J. Fockema Andreae en H. Hardenberg (red.), 500 jaren Staten-Generaal in de Nederlanden: van statenvergadering tot volksvertegenwoordiging, Assen, 1964.
Scroll naar top