Inhoud

Uitslagen landelijke stromingen

De cijfers door verschillende partijen vanaf 1918 tot en met 1994 behaald zijn in onderstaande tabel voor een aantal hoofdstromingen samengevoegd. De tabel vermeldt het percentage stemmen behaald door alle protestants-christelijke partijen gezamenlijk, alle katholieke lijsten gezamenlijk, alle socialistische partijen gezamenlijk, alle liberale partijen gezamenlijk, alsmede een restcategorie overigen. De tabel geeft daardoor voor de periode 1918-1994 een beeld van de ontwikkeling van de krachtsverhoudingen in het electoraat voor de verschillende hoofdstromingen in de Nederlandse politiek.

In deze zelfde tabel zijn onder het hoofdje „systeem-partijen” de traditionele „grote” partijen samengevoegd, tegenover de overige partijen (waaronder zowel kleinere partijen als nieuw opgerichte partijen).

Tenslotte geeft deze tabel ook de ontwikkeling weer van het percentage stemmen uitgebracht op confessionele en niet-confessionele partijen, waarbij voor de laatste een onderverdeling is gemaakt tussen traditioneel-socialistische en communistische partijen (oud-links), nieuwe progressieve partijen (te zamen met „oud-linkse” partijen totaal „links” vormende), en daartegenover de overige niet-confessionele partijen.

Vanaf het eind van de jaren tachtig werd de verdeling van de politieke partijen over een aantal hoofdstromingen minder objectief en eenduidig vast te stellen dan in de decennia daarvóór. Om die reden is er vanaf gezien verkiezingsuitslagen van na 1994 in onderstaande tabel te verwerken.

Uitgebrachte stemmen bij tweede-kamerverkeizingen: partijblokken; systeempartijen en niet-systeempartijen: en confessionele en niet-confessionele (onderscheiden in oud-links, progressieven, totaal links en overigen), in percentages van de totaal uitgebrachte geldige stemmen, vanaf 1918.

1918

1922

1925

1929

1933

1937

1946

1948

1952

Katholiek 1

30,0

29,9

29,8

30,3

29,0

28,8

30,8

32,3

31,1

Protestant 2,3

20,3

26,2

25,1

25,5

25,9

26,4

22,8

24,8

23,3

Socialistisch etc. 4

25,0

21,6

24,5

26,4

26,0

25,3

38,9

33,3

35,2

Liberalaal 5

19,8

13,9

14,8

13,6

12,1

9,8

6,4

7,9

8,8

Overigen 6

2,8

7,1

5,3

3,8

6,0

7,6

1,0

1,6

1,4

Systeempartijen 7

87,2

87,8

88,4

89,1

84,0

84,4

86,2

86,9

86,7

Niet-Systeempartijen 8

12,8

12,2

11,6

10,9

16,0

15,6

13,8

13,1

13,3

Confessioneel 9

52,3

57,5

55,4

56,2

55,9

57,3

53,6

57,1

54,4

Niet –Confessioneel 10

47,7

42,5

44,6

43,8

44,1

42,7

46,4

42,9

45,6

Oud-Links 4

25,0

21,6

24,5

26,4

26,0

25,3

38,9

33,3

35,2

Progressiven 11

Totaal-Links

25,o

21,6

24,5

26,4

26,0

25,3

38,9

33,3

35,2

Overige niet-confessionelen (w.o. liberalen en vrijzinnige democraten

22,7

20,9

20,1

17,4

18,1

17,4

7,5

9,6

10,431

1956

1959

1963

1967

1971

1972

1977

1981

1982

1986

1989

1994

Katholiek 1

31,7

31,6

31,9

26,5

22,2

18,6

35,43

35,3

34,3

38,4

39,4

27,0

Protestant 2,3

21,2

20,4

20,3

20,9

18,8

17,6

Socialistisch etc. 4

37,4

34,6

33,8

30,1

29,9

33,5

36,4

32,5

34,5

35,1

31,9

24,0

Liberalaal 5

08,8

12,2

10,3

10,7

10,3

14,4

17,9

17,3

23,1

17,4

14,6

20,0

Overigen 6

00,8

01,3

03,7

11,9

18,6

16,0

10,1

14,9

08,1

09,0

14,1

29,0

Systeempartijen 7

91,5

91,7

87,5

78,8

71,6

73,0

83,6

76,4

82,9

85,3

81,8

66,2

Niet-Systeempartijen 8

08,5

08,3

12,5

21,2

28,4

27,0

16,4

23,6

17,1

14,7

18,2

33,8

Confessioneel 9

52,9

52,0

52,2

47,4

41,0

36,2

35,4

35,3

34,3

38,4

39,4

27,0

Niet –Confessioneel 10

47,1

48,0

47,8

52,6

59,0

63,8

64,6

64,7

65,7

61,6

60,6

73,0

Oud-Links 4

37,4

34,6

33,8

30,1

29,9

33,5

36,4

32,5

34,5

35,1

31,9

24,0

Progressiven 11

4,5

8,6

9,0

7,1

13,1

6,0

7,4

7,9

15,5

Groen Links

4,1

3,5

Socialistische Partij

0,5

0,4

0,4

1,3

Totaal-Links

37,4

34,6

33,8

34,6

38,5

42,5

43,5

45,6

41,0

42,9

44,3

44,3

Overige niet-confessionele (w.o. liberalen en vrijzinnig democraten)

9,7

13,4

14,0

18,0

20,5

21,3

21,1

19,2

25,3

19,1

16,7

30,032

1 RKSP, RKVP, KVP, KNP, RKPN.

2 ARP, CHU, SGP, HGS, GPV, RPF

3 Splitsing tussen katholieken en protestante partijen is sinds de vorming van het CDA niet langer mogelijk. Het cijfer omvat: CDA, SGP, GPV, RPF en EPF.

4 SDAP, SDP, CPH, CPN. Spcialistische Partij (vóór WO II), RPP, PvdA, PSP

5 VDB. Liberale Unie, Bond van Vrije Liberalen, Economische Bond, Middenstandspartij, Neutrale Partij, Liberale Staatspartij ,,De Vrijheidsbond”, Partij van de Vrijheid, VVD.

6 Plattelandsbond, Verbond Democratisering Weermacht, Middenpartij voor Stad en Land, Verbond voor Nationaal Herstel, NSB, BP, D’66, DS’70, PPR, NMP, CP en overigen.

7 ARP, RKSP, CHU, SDAP, VDB. Liberale Unie, Bond van Vrije Liberalen, Liberale Staatspartij, ,,De Vrijheidsbond”, KVP, PvdA, Partij van de Vrijheid, VVD, CDA.

8 Alle partijen, niet genoemd bij 7.

9 Alle partijen genoemd onder 1. en 2. en verder: Christen – Democratische Partij, Christelijke Sociale Partij, Bond van Christen-Socialisten, CDU, CDA, en EVP

10 Alle partijen, niet genoemd bij 9.

11 D66 en PPR.

Scroll naar top