Inhoud

Twijfels aan de katholieke zuil

In hun brief De katholieke sociale organisaties van deze tijd hadden de bisschoppen in 1960 afstand genomen van hun traditionele zeggenschap op maatschappelijk terrein. De katholieke maatschappelijke organisaties voegden zich steeds meer in de verzorgingsstaat, onder meer door hun professionalisering en hun deelname aan het subsidiebeleid van de overheid. In de tweede helft van de jaren zestig kwam een grootscheepse „K-discussie” op gang. Het merendeel van de katholieke organisaties deconfessionaliseerde, soms door opheffing, soms door federaties of fusies. In sommige gevallen werd samenwerking met protestantse zusterorganisaties aangegaan, in andere gevallen met niet-confessionele organisaties. Een enkele keer werd in tweede instantie nog van partner gewisseld.

De deconfessionalisering kwam ook tot uitdrukking in het stemgedrag van de katholieken op de KVP: 31,9% in 1963, 26,5% in 1967, 21,8% in 1971 en 17,7% in 1972.

Ook de betrokkenheid bij de samenleving op mondiaal niveau was onderhevig aan secularisering. Het traditionele, in katholiek Nederland zeer omvangrijke, missiewerk legde toenemend accent op de ontwikkelingshulp. In 1969 gingen alle katholieke missionerende instellingen samenwerken in de Centrale voor Bemiddeling en Medefinanciering Ontwikkelingsprogramma’s (CEBEMO). De jaarlijkse missieacties werden omgevormd tot een Vastenactie en een interkerkelijke Adventsactie (Solidaridad).

De katholieke vredesbeweging Pax Christi kreeg, sinds 1965 onder internationaal voorzitterschap van kardinaal Alfrink, tegen de achtergrond van de Vietnamoorlog, eind jaren zestig de wind in de zeilen. Samenwerkend met andere kerken in het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV) werd sinds 1967 een jaarlijkse Vredeweek georganiseerd.

Literatuur

Bibliografieën met betrekking tot deconfessionalisering:

  • T. Duffhues, „Staat “De Wankele Zuil” nog overeind? Een verkenning van recente literatuur over verzuiling en ontzuiling”, in: Jaarboek van het Katholiek Documentatie Centrum, 17 (1987), pp. 134-162
  • T. Duffhues en J. van Vugt, „Literatuur over verzuiling en ontzuiling”, in: Jaarboek van het Katholiek Documentatie Centrum, 10 (1980), pp. 160-170
  • R. Cornelissen en G. Dierick, „Literatuur over de „K-discussie”. Een overzicht van publikaties betreffende de deconfessionalisering van het katholiek maatschappelijk leven in Nederland”, in: Jaar boek van het Katholiek Documentatie Centrum, 3 (1973), pp. 205226. 

Veel literatuur over afzonderlijke instellingen en organisaties is reeds gegeven onder 4.3, 4.4, 4.5, 5.1 en 5.2. Zie voorts:

  • N. Megens en H. Reining, Bewegen binnen smalle marges. Pax Christi Nederland 1965-1990, Nijmegen, 1999
  • A.F. Manning, Zestig jaar KRO. Uit de geschiedenis van een omroep, Baarn, 1985
  • Katholische Publizistik in den Niederlanden, München, 1977
  • J.A. van Kemenade, De katholieken en hun onderwijs. Een sociologisch onderzoek naar de betekenis van katholiek onderwijs onder ouders en docenten, Meppel, 1968.
Scroll naar top