Natuur

In 1997 verscheen: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Natuurverkenning 97, Alphen aan den Rijn, 1997.

Dit rapport is de eerste van de voortaan vierjaarlijks door het RIVM uit te brengen natuurverkenningen. Aan dit instituut is een natuurplanbureaufunctie toegevoegd, waartoe door het RIVM wordt samengewerkt met verschillende instellingen, zoals het Informatie- en KennisCentrum Natuurbeheer, de Dienst Landbouwkundig Onderzoek, het Staring Centrum en het Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek. Waar het de bedoeling is de toekomstige ontwikkeling van natuur, bos en landschap te beschrijven in hun samenhang met achterliggende factoren als verstedelijking, landbouw, milieu, economie en demografie is deze eerste natuurverkenning tot stand gekomen in samenwerking met de instellingen die op die onderwerpen werkzaam zijn. De drie door het CPB ontwikkelde scenario’s Global Competition, European Coordination en Divided Europe (zie paragraaf 3) nemen hierbij, met hun verbijzondering voor Nederland, opnieuw een belangrijke plaats in. Evenals bij de milieuverkenningen van het RIVM is het de bedoeling bij de natuurverkenningen na te gaan of gestelde doeleinden naar verwachting gehaald zullen worden en zo nee, te verkennen welke additionele maatregelen nodig zijn.

De studie maakt zichtbaar dat het areaal natuurgebied, waaronder dat van bossen, groeit en de waterkwaliteit verbetert. De biodiversiteit in Nederland verslechtert nog steeds, maar in afnemend tempo, en het landschap wordt uniformer: streekeigen kenmerken verdwijnen, vooral door de verstedelijking. Waar de kwaliteit van de Nederlandse natuur sterk wordt bepaald door de realiseerbaarheid van grote aaneengesloten gebieden, de milieukwaliteit en de inzet van beheersmaatregelen, hangt de toekomst van de natuur sterk af van de mate waarin milieudoeleinden, vooral in de landbouw, worden gerealiseerd en het hoofd kan worden geboden aan de sterk toenemende ruimteclaims vanuit de verstedelijking en particuliere grondaankopen. De vanuit economische scenario’s af te leiden stijging van de grondprijs maakt realisatie van de Ecologische Hoofdstructuur duurder dan nu wordt verwacht. Verschillende, van de economische scenario’s afgeleide, verstedelijkingsvarianten zijn bekeken op hun effecten voor natuur en landschap; hoewel deze gevolgen in alle gevallen negatief uitpakken, geldt dit uiteraard het meest voor diffuse verstedelijking. Hetzelfde is gedaan voor uitwerkingen van de drie economische scenario’s voor respectievelijk landbouw en milieu.

Scroll naar boven