Inhoud

Vrouwenemancipatie

Emancipatie, het bereiken van gelijkwaardigheid van bevolkingscategorieën, raakt de positie van etnische minderheden, van ouderen en van jongeren. Binnen dit complex heeft de emancipatie van vrouwen het duidelijkst vorm gekregen, niet in de laatste plaats doordat het in het overheidsbeleid is geïnstitutionaliseerd. Daarom wordt emancipatie hier tot vrouwenemancipatie beperkt.

De literatuur over vrouwenemancipatie is sterk verbrokkeld. Het onderwerp wordt namelijk vaak in samenhang met andere onderwerpen behandeld. Vrouwenemancipatie in de arbeidssituatie, emancipatie en subsidieregelingen, emancipatie van de vrouw op het platteland, emancipatie en vrije tijd zijn slechts enkele van de mogelijkheden.

In de loop van de jaren negentig verschenen vier delen in de reeks „De atlas van de vrouw” van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Zie:

  • M. Niphuis-Nell (red.) et al., Sociale atlas van de vrouw, deel 4. Veranderingen in de primaire leefsfeer, Sociaal en Cultureel Planbureau, Cahier nr. 141, Rijswijk, 1997
  • E. Hooghiemstra en M. Niphuis-Nell, Sociale atlas van de vrouw, deel 3. Allochtone vrouwen, Sociaal en Cultureel Planbureau, Cahier nr. 118, Rijswijk, 1995
  • M. Niphuis-Nell en E. Hooghiemstra, Sociale atlas van de vrouw, deel 2. Arbeid, inkomen en faciliteiten om werken en de zorg voor kinderen te combineren, Sociaal en Cultureel Planbureau, Cahier nr. 97, Rijswijk, 1993
  • M.L.E. van Delft, Sociale atlas van de vrouw, deel 1, gezondheid en hulpverlening, seksualiteit en (seksueel) geweld, Sociaal en Cultureel Planbureau, Cahier nr. 82, Rijswijk, 1991. 

In 2000 verscheen een gezamenlijke publicatie van Sociaal en Cultureel Planbureau en Centraal Bureau voor de Statistiek: S. Keuzenkamp en K. Oudhof, Emancipatiemonitor 2000, Den Haag 2000.

Een meerderheid van de Nederlanders is voorstander van een meer gelijke verdeling van het huishoudelijk en het betaald werk tussen mannen en vrouwen (tabel 14). De feitelijke ontwikkeling in die richting verloopt echter langzaam, zoals uit tijdsbestedingsonderzoek blijkt. Zie: A. van de Broek, mmv. W. Knulst en K. Breedveld, Naar andere tijden? Tijdsbesteding en tijdsordening in Nederland, Sociaal en Cultureel Planbureau, Sociale en culturele studies 29, Den Haag 1999.

Meningen komen een aantal malen in de genoemde publicaties ter sprake. In het project Culturele Veranderingen in Nederland wordt een aantal opvattingen over emancipatie door de tijd gevolgd. Het vierde deel van de „Atlas” bevat een bijlage met gegevens.

De langste tijdreeks heeft betrekking op het buitenshuis werken van de gehuwde vrouw. Het blijkt dat er op lange termijn een aanzienlijke verandering in opvattingen heeft plaatsgevonden. In 1965 achtte vrijwel niemand het aan te bevelen dat een gehuwde vrouw buitenshuis werkte. Slechts 15% sloot zich aan bij het wat minder extreme oordeel, volgens welk buitenshuis werken niet bezwaarlijk was. In 2000 sloot een derde van de ondervraagden zich aan bij het „aan te bevelen” en de helft van de ondervraagden zag geen bezwaren meer. Als kinderen vanwege het buitenshuis werken naar een crèche zouden moeten, was het oordeel terughoudender, maar het veranderde toch ten gunste van het buitenshuis werken. Tussen 1995 en 2000 zijn de veranderingen overigens gering. Opvallend is de vrij grote instemming met rolwisseling, zie tabel 14:

Tabel 14. Opvattingen over het werken van de gehuwde vrouw en de rolverdeling tussen man en vrouw, 1965-1996 (in procenten).

1965

1970

1975

1980

1985

1992

1995

1997

2000

het buitenshuis werken

van de gehuwde

vrouw is:

aan te bevelen

2

16

14

13

16

23

38

35

niet bezwaarlijk

15

40

44

52

54

53

46

48

Bezwaarlijk

84

44

42

36

29

24

16

17

het buitenshuis werken

van de gehuwde vrouw

als er kinderen naar

een crèche moeten is1

aan te bevelen

7

8

5

7

14

17

18

niet bezwaarlijk

25

28

31

39

45

44

47

Bezwaarlijk

68

64

64

53

41

39

35

een gehuwde vrouw

met kinderen gaat werken,

terwijl haar man het

huishouden doet is2

aan te bevelen

13

24

31

28

niet bezwaarlijk

58

67

62

65

Bezwaarlijk

29

9

7

6

man en vrouw moeten

het betaald werk gelijkelijk

onder elkaar verdelen3

(sterk) mee eens

57

57

56

62

mee eens, noch mee oneens

22

20

26

21

(sterk) mee oneens

22

23

18

17

De man en vrouw moeten

het huishoudelijk werk

gelijkelijk onder elkaar verdelen4

(sterk) mee eens

64

70

69

78

mee eens, noch mee oneens

20

16

21

13

(sterk) mee oneens

16

13

10

9

1 17 t/m 70 jaar

2 16 t/m 74

3 16 t/m 74

4 16 t/m 74

Bron: Gegevens afkomstig van onderzoek Huwelijk en gezin,1965, onderzoek Progressiviteit en Conservatisme,1970; onderzoek Culturele veranderingen in Nederland,1975-2000.

Zoals verwacht mocht worden, kalfden traditionele opvattingen over de rolverdeling tussen mannen en vrouwen langzaam af. Er zijn gegevens beschikbaar sinds 1970. Tussen dat jaar en 1992 werden ideeën over de ongeschiktheid van vrouwen om leiding te geven, een minder goede opleiding voor meisjes en een strakkere opvoeding van meisjes steeds meer afgewezen. Hetzelfde gold voor het idee dat een vrouw beter kleine kinderen kan opvoeden dan een man, maar dit denkbeeld werd in 1991 naar verhouding nog veel aangehangen, zie hiervoor: M. Niphuis-Nell (red.) et al., Sociale atlas van de vrouw, deel 4. Veranderingen in de primaire leefsfeer, Sociaal en Cultureel Planbureau, Cahier nr. 141, Rijswijk, 1997, p. 355.

Scroll naar top