Inhoud

Waarneming

Als er, om wat voor reden dan ook, geen burgemeester is (denk aan de plotselinge opvolging in 2010 van Wouter Bos als politiek leider van de PvdA door burgemeester Cohen van Amsterdam) dan kan het burgemeesterschap worden waargenomen door een wethouder, die daartoe is aangewezen door het college van B&W. Die wethouder heet dan locoburgemeester. Het is de bedoeling dat een locoburgemeester slechts relatief korte tijd het ambt van burgemeester waarneemt. Sinds eind jaren negentig wordt er echter steeds vaker – zeker als er voor langere tijd vervanging nodig is – een waarnemer benoemd. Ziekte van de burgemeester, of een vacature,  zijn niet de enige redenen voor het aanstellen van een waarnemer: een herindeling die er aan zit te komen of een bestuurscrisis zijn evengoed redenen voor het aanstellen van een waarnemer. De groei van het aantal waarnemers wordt wel verklaard door de politieke instabiliteit en versplintering van het lokaal bestuur. Binnen gemeenteraden zou onvoldoende vertrouwen zijn om herindelingsvraagstukken of bestuurscrises op te lossen. Een waarnemend burgemeester wordt aangesteld door de Commissaris van de Koningin. De Commissaris zoekt de waarnemer meestal binnen zijn eigen netwerk. De waarnemer komt dan ook niet voort uit het college van B&W. Voordat de waarnemer door de Commissaris wordt benoemd worden de fractievoorzitters uit de raad door hem gehoord. Onderstaande tabel geeft vanaf het jaar 2000 een overzicht van de aantallen waarnemend burgemeesters en de redenen daarvoor.

Jaar

Totaal

aantal

gemeenten

Aantalwaarnemers

% waarnemers

in totaal aantal

gemeenten

Herindeling

Bestuurlijke

Problemen

Bijzondere

omstandigheden

(ziekte bijvoorbeeld)

Vacature

2000

537

57

10,6

32

5

6

14

2001

504

66

13,1

22

6

8

30

2002

496

74

14,9

31

5

10

28

2003

489

85

17,4

38

9

8

30

2004

483

93

19,3

45

12

9

27

2005

467

103

22,1

53

12

12

26

2006

458

93

20,3

40

10

9

34

2007

443

90

20,3

30

12

5

43

2008

443

52

11,7

22

8

3

19

2009

441

64

14,5

32

6

1

25

2010

430

76

17,7

28

8

6

34

2011

418

67

16,0

30

2

8

27

Totaal

403

95

85

337

Bron: Bijlage 33.000 VII, Handelingen Tweede Kamer 2011-2012, Begroting BZK, nr. 5. Dit stuk bevat ook een overzicht per provincie.

Scroll naar top