Inhoud

Toetsingsverbod

Artikel 120 van de Grondwet bevat een toetsingsverbod. Het verbiedt de rechter om formele wetten te toetsen aan de Grondwet. De vraag of een wetsvoorstel verenigbaar is met de Grondwet is een zaak van de wetgever zélf. Bij rechterlijke toetsing zal het werk van de rechter aanvullend zijn op de toets van de wetgever en zich richten op concrete gevallen die de wetgever niet kon overzien.

De rechter mag evenmin toetsen aan fundamentele rechtsbeginselen. Hij mag echter wél toetsen aan een ieder verbindende bepalingen van verdragen en van besluiten van volkenrechtelijke organisaties.

Het toetsingsverbod verbiedt overigens niet het beoordelen van ander overheidshandelen dan wetten aan de Grondwet. Maar dat gebeurt niet veel: de rechter houdt zich in principe afzijdig als het gaat om de beoordeling van geschillen in de politieke of institutionele sfeer.

Zie over het toetsingsverbod:

  • C.A. de Poorter en H.J.Th.M. van Roosmalen, Rol en betekenis van de Grondwet. Constitutionele toetsing in relatie tot de Raad van State, Raad van State, 2010
  • P.B.C.D.F. van Sassen, “Grondrechten en de regering als medewetgever, in: R. de Lange (red.), Wetgever en grondrechten, Wolf Legal Publishers, 2008, pp. 31-59. 

Sinds 2009 is er een initiatiefwetsvoorstel in behandeling van voormalig Tweede-Kamerlid Halsema (GroenLinks) dat beoogt de rechter de bevoegdheid te geven formele wetten te toetsen aan een aantal grondrechten. Wettelijke bepalingen die de rechter strijdig acht met één van de vrijheidsrechten van burgers, bijvoorbeeld vrije meningsuiting of vrijheid van onderwijs, kunnen buiten werking worden gesteld.

Zie verder hierover paragraaf Grondwetswijzigingen in parlementaire behandeling.

Bij de begrotingsbehandeling van BZK eind 2015 werd een motie aangenomen waarin de regering werd verzocht voortaan een constitutionele toets op te nemen in de memorie van toelichting van wetsvoorstellen. In een brief aan de Kamer over deze motie stelt minister Plasterk dat de constitutionele toets al deel uitmaakt van het wetgevingsproces en is opgenomen in de memorie van toelichting van wetsvoorstellen. Plasterk zegde wél toe te komen met een Handreiking toetsing aan hoger recht voor de betrokkenen binnen de Rijksdienst. Zie: Bijlage Handelingen Tweede Kamer, 2015-206, 34.300  VII nr. 62.

Scroll naar top