Inhoud

Oorsprong

Het verschijnsel dat actoren activiteiten ontplooien teneinde bepaalde maatschappelijke veranderingen te bewerkstelligen, is als zodanig niet nieuw. Als we ons beperken tot de late middeleeuwen (1000-1500) en de vroeg-moderne tijd (1500-1800), dan zien we vele voorbeelden van collectieve actie, zoals ketterse bewegingen (Waldenzers, Albigenzen, Wederdopers, Reformatie), hongeroproeren, pachtersoproeren, stakingen en aanbiedingen van smeekschriften aan de soeverein.

Sociale bewegingen in de moderne samenleving onderscheiden zich echter in een aantal opzichten van collectieve actie in de middeleeuwen en de vroegmoderne tijd. Het wellicht belangrijkste verschil is dat collectieve actie in de vorm van een sociale beweging thans een geïnstitutionaliseerd verschijnsel in de samenleving is. In vroeger tijden hadden machthebbers de neiging collectieve actie als illegitiem te beschouwen. Het „gepeupel”, het „grauw”, de „heffe” moest het niet in zijn hoofd halen de autoriteiten te tarten en als men dat toch deed, deinsden de machthebbers niet terug voor geweld om oproeren de kop in te drukken. Van hun kant traden de oproerlingen ook bepaald niet zachtzinnig op, hetgeen ook voor de hand lag daar er nauwelijks mogelijkheden waren voor vreedzaam protest. Thans is het verschijnsel „sociale beweging” echter een algemeen aanvaard fenomeen. Af en toe vinden er nog wel eens hardhandige botsingen tussen de autoriteiten en actievoerders plaats, zoals in het begin van de jaren tachtig tijdens enkele grote „krakersrellen”, maar dat neemt niet weg dat de heftigheid waarmee beide partijen elkaar te lijf gaan, thans veel geringer is dan in de premoderne tijd.

Een tweede verschil is dat sociale bewegingen een veel rationeler karakter hebben dan protestvormen uit de vroegmoderne tijd, en wel in drie opzichten. Ten eerste zijn de doelstellingen van sociale bewegingen concreet, duidelijk afgebakend en haalbaar. Ten tweede trachten zij op weloverwogen, „strategische” wijze hun doelstellingen te bereiken. Ten derde hebben ze een rationele, moderne, bureaucratische organisatie, inclusief een betaalde staf van deskundige medewerkers.

De opkomst van sociale bewegingen is met andere woorden een onderdeel van het rationaliseringsproces, dat één van de belangrijkste facetten is van de modernisering van de westerse samenleving. Structurele condities (verbetering van de infrastructuur, technologische ontwikkelingen, verstedelijking, staatsvorming, bureaucratisering, democratisering) en culturele condities (secularisatie, alfabetisering, realisering burgerlijke vrijheden, toenemend belang opleidingen) hebben bijgedragen tot de opkomst van sociale bewegingen.

Zie voor studies van collectieve acties in de vroeg-moderne tijd:

  • R. Dekker, Holland in beroering. Oproeren in de 17de en 18de eeuw, Baarn, 1982
  • G. Rudé, The Crowd in History 1730-1848. A Study of Popular Disturbances in France and England, 1730-1848, London, 1981.

Een algemene, theoretische overzichtsstudie van modernisering is: H. van der Loo en W. van Reijen, Paradoxen van modernisering. Een sociaal-wetenschappelijke benadering, Muiderberg, 1993; derde, gewijzigde druk, 1997.

Scroll naar top