Inhoud

Nederland in de Veiligheidsraad en in UNESCO

In 1965 en 1966 was Nederland opnieuw lid van de Veiligheidsraad geworden. Een door J.G. de Beus, de Nederlandse permanente vertegenwoordiger bij de VN, in de Veiligheidsraad ingediende motie werd in september 1965 aangenomen en leidde tot een bestand tussen India en Pakistan in hun oorlog om Kashmir.

Begin jaren tachtig kwam Nederland opnieuw in aanmerking voor een tijdelijk lidmaatschap van de Veiligheidsraad. Van der Stoel, van 1965 tot 1966 staatssecretaris op het ministerie van Buitenlandse Zaken onder Luns en van 1983 tot 1986 permanent vertegenwoordiger van Nederland bij de VN, vertegenwoordigde Nederland in de Veiligheidsraad in 1983 en 1984. De ruimte voor het nemen van initiatieven en voor een rol van Nederland als “bruggenbouwer” in de wereldpolitiek bleken beperkter dan de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken in het eerste kabinet-Lubbers H. van den Broek had verwacht. Gedurende de jaren tachtig was sprake van “politisering” van de VN en de gespecialiseerde organisaties. De VS ging er samen met Groot-Brittannië toe over om het lidmaatschap op te zeggen van enkele gespecialiseerde organisaties zoals de IAO en de UNESCO. Dit had vergaande financiële consequenties voor deze organisaties en de eveneens bekritiseerde VN. Kern van het bezwaar was dat de organisaties misbruikt zouden worden voor politieke doeleinden, wat ten koste van het eigenlijke werk zou gaan. Nederland ging niet mee in het Amerikaanse gedrag en steunde de VN bij het zoeken van oplossingen voor de geuite kritiek. Bij de VN-Organisatie voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (UN Educational, Scientific and Cultural Organization, UNESCO) was M. Mourik tussen 1978 en 1985 de Nederlandse vertegenwoordiger. Hij probeerde een bemiddelende rol te spelen. Zijn inzet bestond eruit via vorming van subgroepen weer greep te krijgen op uit de hand gelopen zaken als begroting, personeelsbeleid en gevoelige kwesties. Zijn vertrek viel echter samen met het vertrek van de VS uit de UNESCO.

Eind jaren tachtig speelde Nederland een rol in de minder gepolitiseerde Wereldgezondheidsorganisatie (World Health Organization, WHO), waar de Nederlandse topambtenaar J. van Londen in 1987-1988 een jaar lang voorzitter was van de Algemene Vergadering van de WHO. Bij het Bevolkingsfonds van de VN (UN Fund for Population Activities, UNFPA) werd J. van Arendal in 1988 assistent-uitvoerend-directeur. Minister van Ontwikkelingssamenwerking P. Bukman had in 1986 extra geld aan het door Nederland toch al ruim gesteunde fonds gegeven ter compensatie van weggevallen Amerikaanse bijdragen.

Zie voor de politisering van VN-organisaties: D.A. Leurdijk (red.), Werkplaats of woordenkraam? Politieke aspecten van gespecialiseerde organisaties van de Verenigde Naties, Den Haag 1984 (met bijdrage J.H. Kraak over UNESCO, pp. 69-75).

Scroll naar top