Inhoud

Onafhankelijkheid en intimidatie

Gemeenteraadsleden kunnen niet gerechtelijk worden vervolgd voor wat zij zeggen in de raad (dat geldt uiteraard ook voor de schriftelijke stukken die zij aan de raad overleggen). Het gaat hierbij niet alleen om het strafrecht, maar ook om het burgerlijk recht en het administratief recht. Dit recht op immuniteit is niet absoluut: de voorzitter van de raad kan ordemaatregelen nemen als raadleden bijvoorbeeld overgaan tot belediging van personen of groepen.

Raadsleden stemmen zonder last, aldus de Gemeentewet. Tot 1992 was dat laatste uitgebreid tot “of ruggespraak”. Maar dat vond de wetgever toen gedateerd: uiteraard is overleg met de politieke partij waartoe het raadslid behoort of met maatschappelijke groeperingen niet verboden. Raadsleden kunnen zich niet binden om vóór of tegen te stemmen. Een dergelijke verplichting is juridisch ook niet af te dwingen.

Koşer Kaya (D66) stelde op 22 september 2015 mondelinge vragen aan de minister van BZK over berichten dat raadsleden bedreigd worden en daardoor soms zelfs hun stemgedrag veranderen. Het zou gaan om een vijfde van de raadsleden.

Minister Blok, die zijn collega Plasterk vervangt, benadrukt dat bedreigde volksvertegenwoordigers altijd aangifte zouden moeten doen, maar nooit hun stemgedrag mogen laten beïnvloeden. In overleg met burgemeesters en VNG zal worden geïnventariseerd hoe de bedreiging en intimidatie van raadsleden beter kan worden tegengegaan.

In juni 2016 presenteerde minister Plasterk – naar aanleiding van een motie van Wolbert (PvdA)- een actieplan om de positie van raadsleden te verbeteren. Het bestaat uit de volgende onderdelen:

  1. scholing en kennisdeling in het belang van een goed functionerende raad
  2. samenspel binnen het gemeentebestuur
  3. grip op regionale samenwerking en sociaal domein
  4. aantrekkelijkheid van het ambt vergroten.

Zie:

Bedreiging en intimidatie

Eind 2015 stuurde minister Plasterk de Kamer een brief over de ondermijning van het lokaal bestuur. De brief gaat in op de volgende thema’s:

  • intimidatie en bedreiging van bestuurders en ambtenaren
  • vervlechting van de onderwereld en bovenwereld binnen het lokaal bestuur
  • integriteit en weerbaarheid van het lokaal bestuur
  • integrale aanpak van georganiseerde criminaliteit.

Ook werd de aanpak van intimidatie en bedreigingen van politieke ambtsdragers verscherpt, zie: Bijlage 28.684, Handelingen Tweede Kamer, 2015-2016, nr. 455.

Medio 2016 gaf minister Plasterk uitgebreid antwoord op schriftelijke vragen van Öztürk (Groep Kuzu/Öztürk) over dit onderwerp. De monitor Agressie en geweld openbaar bestuur 2014 laat zien dat er een flinke daling is van het percentage politieke ambtsdragers (van provincies, waterschappen en gemeenten) dat aangeeft slachtoffer te zijn geweest van agressie en geweld; van 38% in 2012 naar 23% in 2014. Uit de monitor blijkt tevens dat er sprake is van een toegenomen implementatie van het beleid dat is gericht op het tegengaan van agressie jegens politieke ambtsdragers, aldus Plasterk in zijn antwoord. Zie:

  • Aanhangsel Handelingen Tweede Kamer, 2015-2016, 2951
  • Aanhangsel Handelingen Tweede Kamer, 2015-2016, nr. 2247
  • Aanhangsel Handelingen Tweede Kamer, 2015-2016, nr. 1944.

Maart 2013 stelden  Oosenbrug, Otwin van Dijk en Fokke (allen PvdA) schriftelijke vragen aan de minister van BZK en de staatssecretaris van VWS over de belemmeringen voor personen met een visuele beperking om als raadslid te kunnen functioneren. Veel raadsleden zouden daarom hun lidmaatschap van de raad neerleggen, zie (ook voor de antwoorden): Aanhangsel Handelingen Tweede Kamer, 2015-206, nr. 232. 

Scroll naar top