Kabinet Rutte II

beëdigd

05-11-2012

ontslag aangeboden

14-03-2017 (reguliere Tweede Kamerverkiezingen)

afgetreden

26-10-2017

zittingsduur kabinet

1785 dagen

Formatie

13-09-2012

Verkenner

H.G.J. Kamp

VVD

20-09-2012

Informateurs

H.G.J. Kamp

drs. W.J. Bos

VVD

PvdA

31-10-2012

Formateur

drs. M. Rutte (VV)

VVD

(zie hieronder voor bijzonderheden over deze kabinetsformatie)

Samenstelling kabinet

ministers:

7 VVD, 6 PvdA

staatssecretarissen:

3 VVD, 4 PvdA

Ministers

MP

Drs. M. Rutte

VVD

Vice-MP

Dr. L.F. Asscher

PvdA

AZ

Drs. M. Rutte (zie MP)

VVD

BZK

Dr. R.H.A. Plasterk

PvdA

BtZ

Drs. F.C.G.M. Timmermans (05-11-2012 – 17-10-2014) Reden aftreden: benoeming tot vice-voorzitter van de Europese Commissie

Drs. A.G. Koenders (17-10-2014 -26-10-2017)

PvdA

PvdA

D

J.A. Hennis-Plasschaert (05-11-2012 – 3-10-2017) Reden aftreden: politiek verantwoordelijk voor een mortierongeluk in Mali waarbij 2 militairen omkwamen en 1 militair zwaar gewond werd. De veiligheidsrisico’s zouden onvoldoende zijn onderkend.

dr. K.H.D.M. Dijkhoff (4-10-2017 -26-10-2017)

VVD

 

VVD

EZ

H.G.J. Kamp

VVD

Fin

Ir. J.R.V.A. Dijsselbloem

PvdA

I&M

Drs. M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

VVD

OCW

mevr. Dr. M. Bussemaker

PvdA

SZW

Dr. L.F. Asscher

PvdA

VWS

mevr. Drs. E.I. Schippers

VVD

V&J

Mr. I.W. Opstelten (05-11-2012 – 09-03-2015) Reden aftreden: het onjuist informeren van de Tweede Kamer over een deal met de crimineel Cees H. in 2001

Mr. G.A. van der Steur (20-03-2015 – 26-01-2017) Reden aftreden: gebrek aan vertrouwen bij een groot deel van de Tweede Kamer na nieuwe onthullingen over een deal met de crimineel Cees H. in 2001

Drs. S.A. Blok (27-01-2017 – 26-10-2017)

VVD

VVD

VVD

ZP

mevr. Drs. E.M.J. Ploumen

PvdA

ZP

Drs. S.A. Blok (05-11-2012 – 27-01-2017) (Wonen en Rijksdienst) Reden aftreden: benoeming tot minister van Veiligheid en Justitie.
Wonen en Rijksdienst valt sinds 27-01-2017 onder minister Plasterk van BZK. 

VVD

Staatssecretarissen

EZ

Dr. C.J. Verdaas (05-11-2012 – 06-12-2012) Reden aftreden: onregelmatigheden bij declaraties voor woon- werkverkeer als lid van Gedeputeerde Staten Gelderland

mevr. S.A.M. Dijksma (18-12-2012- 03-11-2015) Reden aftreden: benoeming tot staatssecretaris Infrastructuur en Milieu

Ir. M.H.P. van Dam (03-11-2015 -01-09-2017) Reden aftreden: benoeming tot lid van de Raad van Bestuur van de NPO

PvdA

PvdA

 

PvdA

Fin

Mr. Drs. F.H.H. Weekers (05-11-2012 – 30-01-2014) Reden aftreden: ontbrekend draagvlak in de Tweede Kamer tijdens een debat over problemen bij de Belastingdienst met de uitbetaling van toeslagen.

Ir. E.D. Wiebes MBA (04-02-2014 – 26-10-2017)

 

VVD

VVD

I&M

mevr. W.J. Mansveld (05-11-2012 – 28-10-2015) Reden aftreden: het eindrapport van de enquêtecommissie Fyra.

mevr. S.A.M. Dijksma (03-11-2015 – 26-10-2017)

PvdA

PvdA

OCW

Drs. S. Dekker

VVD

SZW

mevr. Drs. J. Klijnsma

PvdA

V&J

Mr. F. Teeven (05-11-2012 – 09-03-2015) Reden aftreden: het onjuist informeren van de Tweede Kamer overeen deel met de crimineel Cees H. in 2001

Mr. dr. K.H.D.M. Dijkhoff (20-03-2015 – 26-10-2017)

VVD

VVD

VWS

Drs .M.J. van Rijn

PvdA

ZETELAANTAL

Het aantal zetels van de regeringspartijen VVD en PvdA in de Tweede Kamer bedroeg bij aanvang 79 zetels (53%). Na het vertrek van 3 kamerleden uit de PvdA-fractie (de groep Kuzu/Öztürk en groep Monasch), het royeren door de VVD van het kamerlid Drs. J. Houwers bedraagt de steun 75 zetels (50%).

DE FORMATIE

Over de formatie van het tweede kabinet Rutte verscheen in 2016: P. Bovend’Eert, C.C. van Baalen en A. van Kessel, Zonder Koningin, Elsevier, Amsterdam, 2016.

Zie over de samenwerking tussen VVD en PvdA in deze periode: W. Borgman en M. van Weezel, Vrienden tegen wil en dank, Uitgeverij Balans, mei 2018.

Kamp: verkenner

Op donderdag 13 september, één dag na de verkiezingen, sprak de voorzitter van de Tweede Kamer, mw. Verbeet, met de fractievoorzitters. Op voorstel van de leider van de grootste partij, Rutte (VVD, demissionair minister-president), werd H.G.J. Kamp (demissionair minister SZW, VVD) aangesteld als ‘verkenner’. Kamp onderzoekt als zodanig wie tot informateur(s) kunnen worden benoemd en met welke opdracht. Het is de bedoeling dat de verkenner woensdag 19 september zijn voorstel zal presenteren. De Kamer debatteert een dag later over de verkiezingsuitslag en over de formatie van een kabinet.

De Koningin, die formeel geen rol mer speelt bij de formatie, ontving donderdag 13 september toch haar vaste adviseurs: de voorzitters van de beide Kamers en de vice-voorzitter van de Raad van State.

Op dinsdag 18 september bracht Kamp zijn verslag aan de Tweede Kamer uit. Hij adviseerde daarin de mogelijkheid van een kabinet van VVD en PvdA te onderzoeken. Zie: Bijlage 33.410, Handelingen Tweede Kamer, 2012-2013, nr. 1. 

Kamp en Bos informateur

Donderdag 20 september benoemde de Tweede Kamer H.G.J. Kamp (VVD) en drs. W.J. Bos (PvdA) tot informateur. Zij dienen de mogelijkheid te onderzoeken van een stabiel kabinet gevormd door VVD en PvdA. Zij worden bijgestaan door drs. S.A. Blok (VVD) en Ir. J.R.V.A. Dijsselbloem (PvdA). Tijdensdat debat werd een aantal moties ingediend. Een motie-Pechtold (D66) over de openbaarheid van het “informatiedossier” na afronding van de opdracht werd met algemene stemmen aangenomen, zie: Bijlage 33.410, Handelingen Tweede Kamer, 2012-2013, nr. 4.

Voor de duur van de periode waarin hij als informateur optreedt zullen de parlementaire verplichtingen van Kamp worden waargenomen door staatssecretaris De Krom (SZW).

Op 27 september ontstond in de Tweede Kamer enige commotie n.a.v. het bezoek van Kamervoorzitter Van Miltenburg aan de Koningin. Zij zou daar, zonder de Kamer daarover te hebben ingelicht, een gesprek van de informateurs met de Koningin hebben voorgesteld. Na een gesprek met de fractievoorzitters verklaarde Van Miltenburg dat zij bij haar kennismakingsgesprek met de informateurs had afgesproken dat de informateurs een beleefdheidsbezoek zouden brengen aan de Koningin. Nóch het tijdpad van de informatie, nóch de inhoud van de informatie zouden aan de orde komen bij dat gesprek van de informateurs met de Koningin. Zie: Bijlage 33.410, Handelingen Tweede Kamer, 2012-2013, nr. 11. 

Op maandag 1 oktober maakten de beide informateurs bekend dat er overeenstemming was bereikt over voorstellen tot wijziging van de begroting voor 2013. Voor een overzicht van die voorstellen, zie: Bijlage 33.410, Handelingen Tweede Kamer, 2012-2013, nr. 12. 

Op 29 oktober bereikten de beide partijen een volledig akkoord: Bruggen slaan, zie het eindverslag van de informateursBijlage 33.410, Handelingen Tweede Kamer, 2012-2013, nr. 15. 

Rutte formateur

Op 31 oktober werd M. Rutte (VVD) door de Kamer benoemd tot formateur.

Op 5 november werd het kabinet-Rutte II beëdigd.

Zie over de formatie van het kabinet-Rutte II: C. Rotteveel Mansveld (red.), Het nieuwe formeren : terugblik op de formatie van het kabinet-Rutte II, Den Haag : Montesquieu Instituut, Montesquieu-reeks 3, 2013. 

 

TAAKVERDELING KABINET

Vooraf

De staatssecretaris treedt op in de gevallen waarin de minister het nodig acht en met inachtneming van diens aanwijzingen. De taken waarmee de staatssecretaris is belast, worden vastgesteld door de minister voor wiens departement de staatssecretaris is benoemd. Bij de minister berusten al die taken die niet zijn opgedragen aan de staatssecretaris.

Algemene Zaken

De minister-president is tevens minister van Algemene Zaken.

De vice-minister-president is de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De minister-president is voorzitter van de rijksministerraad, van de ministerraad en van de onderraden en ministeriële commissies; hij is lid van de Europese Raad en coördineert de voorbereiding daarvan.

Buitenlandse Zaken

De minister van Buitenlandse Zaken is verantwoordelijk voor het Nederlandse buitenlands beleid, inclusief de Europese agenda van het kabinet en het internationaal cultuurbeleid.

De minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking is belast met alle aangelegenheden op het terrein van internationale handel. Voorts is zij verantwoordelijk voor ontwikkelingssamenwerking, inclusief de millennium ontwikkelingdoelen. Tenslotte coördineert zij het internationale milieu- en klimaatbeleid (incl. klimaatfinanciering).

Veiligheid en Justitie

De minister van Veiligheid en Justitie is verantwoordelijk voor de politie, het openbaar ministerie, de rechterlijke macht, de brandweer, grensbewaking, terrorismebestrijding, de NCTV, rampenbestrijding en crisisbeheersing, het beleid inzake nationale veiligheid, het drugsbeleid, veiligheidshuizen, internationale justitiële samenwerking, contacten kerkgenootschappen en de rechtspleging.

De staatssecretaris is binnen de grenzen van het door de minister vastgestelde beleid in het bijzonder belast met:

  1. personen- en familierecht
  2. adoptie
  3. auteursrecht
  4. juridische beroepen
  5. rechtsbijstand
  6. kansspelen
  7. bescherming persoonsgegevens
  8. slachtofferhulp
  9. sanctiebeleid, met inbegrip van TBS
  10. justitieel jeugdbeleid, met inbegrip van internationale kinderontvoering
  11. adolescentenstrafrecht
  12. persoonsgerichte preventie
  13. reclassering
  14. 1F-beleid
  15. asiel
  16. immigratiegrensbewaking in vreemdelingenzaken
  17. rijkswet op het nederlanderschap
  18. vestigingsregeling Antillianen..

telkens met inbegrip van de bijbehorende wetgeving en met inbegrip van de met de uitvoering van het beleid op deze terreinen belaste dienstonderdelen van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

De staatssecretaris voert in het buitenland voor de aangelegenheden op het terrein van het immigratie- en asielbeleid de titel: Minister.

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor de interbestuurlijke verhoudingen (incl. de samenhang in de verschillende decentralisatieoperaties op de specifieke beleidsterreinen), de financiën van de mede?overheden, de gemeentelijke herindelingen, constitutionele zaken, de arbeidsvoorwaarden in de collectieve sector, de normering topinkomens, de rechtspositie van politieke ambtsdragers, partijfinanciering, Koninkrijksrelaties, de AIVD, informatievoorziening openbare sector (incl. gemeentelijke basisadministratie en paspoorten) en burgerschap.

De minister voor Wonen en Rijksdienst is belast met alle aangelegenheden op het terrein van wonen en bouwen, het rijksvastgoed (incl. het Rijksvastgoed- en Ontwikkelingsbedrijf), de rijksdienst, de algemene bestuursdienst, de doorlichting van zelfstandige bestuursorganen en de beperking regeldruk burgers. Op het gebied van de organisatorische aspecten van de rijksdienst en de centralisatie van de bedrijfsvoering van de rijksdienst heeft de minister voor Wonen en Rijksdienst doorzettingsmacht. Sinds 27-01-2017 valt dit onderdeel onder BZK.

Financiën

De minister van Financiën is verantwoordelijk voor de rijksbegroting, de thesaurie en financiële markten, de financiële sector (incl. banken en verzekeringen) en het Europees en internationaal monetair beleid. Voorbereiding van en deelname aan de Begrotingsraad van de Europese Unie behoort bij de taken van Financiën.

De staatsecretaris is binnen de grenzen van het door de minister vastgestelde beleid in het bijzonder belast met:

  1. de fiscale aangelegenheden en alle aangelegenheden de Belastingdienst betreffende
  2. de aangelegenheden betreffende de financiële verhoudingen tussen het Rijk en de decentrale overheden
  3. de aangelegenheden betreffende de exportkredietverzekeringen en –faciliteiten
  4. de aangelegenheden betreffende de Nationale Stichting tot Exploitatie van Casinospelen in Nederland en de Stichting Exploitatie Nederlandse Staatsloterij
  5. de aangelegenheden betreffende het muntwezen inclusief De Nederlandse Munt
  6. alle aangelegenheden betreffende Domeinen Roerende Zaken.

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is verantwoordelijk voor het middelbaar beroepsonderwijs, het hoger onderwijs (incl.studiefinanciering/leenstelsel en het wetenschapsbeleid en wetenschappelijk onderzoek 1e geldstroom), volwasseneneducatie het lerarenbeleid en lerarenopleidingen, cultuur, emancipatie, de erfgoedinspectie en het bibliotheek- en letterenbeleid.

De staatssecretaris is binnen de grenzen van het door de minister vastgestelde beleid in het bijzonder belast met:

  1. de voor- en vroegschoolse educatie
  2. het primair onderwijs
  3. het voortgezet onderwijs
  4. het speciaal onderwijs en het beleid passend onderwijs
  5. de totstandkoming van het lerarenregister
  6. het lerarenbeleid en de arbeidsvoorwaarden onderwijspersoneel voor zover betrekking hebbend op de portefeuille
  7. media
  8. wetenschapsbeleid i.v.m. wetenschappelijk onderzoek 2e en 3e geldstroom
  9. aangelegenheden onderwijs Caribisch Nederland.

De verantwoordelijkheid van de staatssecretaris omvat ook de begrotingsverantwoordelijkheid en het toezicht van de Inspectie op deze terreinen, EU-zaken en OJC-zaken, alsmede de verantwoordelijkheid voor aangelegenheden die direct met die terreinen zijn verbonden.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kan voorts met andere door de minister aan te wijzen onderwerpen worden belast.

Defensie

De minister van Defensie is verantwoordelijk voor het politiek en militair beleid.

Infrastructuur en Milieu

De minister van Infrastructuur en Milieu is verantwoordelijk voor alle aangelegenheden op het terrein van weginfrastructuur, scheepvaart, ruimtelijke ordening (omgevingsrecht) en water.

De staatssecretaris is binnen de grenzen van het door de minister vastgestelde beleid in het bijzonder belast met de behandeling van de aangelegenheden betreffende:

  1. milieu
  2. luchtvaart
  3. openbaar vervoer en spoor
  4. het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut.

De staatssecretaris voert in het buitenland de titel: Minister.

Economische Zaken

De minister van Economische Zaken is verantwoordelijk voor het macro-economisch beleid, het Europees economisch beleid, het innovatiebeleid, het topsectoren- en industriebeleid, het energiebeleid, het marktordenings- (waaronder PBO’s en aanbesteden), mededinging- en consumentenbeleid, ondernemerschap en MKB, beperking regeldruk bedrijfsleven en ICT, telecommunicatie, post en statistiek.

De staatssecretaris van Economische Zaken is binnen de grenzen van het door de Minister van Economische Zaken vastgestelde beleid in het bijzonder belast met:

  1. landbouw, voedselkwaliteit en groen beroepsonderwijs
  2. dierenwelzijn
  3. natuur en biodiversiteit
  4. structuurfondsen en cohesiebeleid
  5. intellectueel eigendom, voor zover het betreft octrooi- en kwekersrecht
  6. andere aangelegenheden waarvan behartiging door de minister aan hem wordt toevertrouwd.

De staatssecretaris voert in de internationale contacten, die hij bij de behartiging van de onderdelen a t/m d heeft, de titel: Minister voor Landbouw.

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is verantwoordelijk voor het algemeen sociaal-economisch beleid en begrotingsbeleid, het inkomensbeleid, het arbeidsmarktbeleid (incl. arbeidsmigratie en vrij verkeer werknemers), de ontslagregelingen, de participatie van jongeren, de arbeidsverhoudingen (incl. uitvoeringstaken arbeidsvoorwaardenwetgeving), de werknemersverzekeringen (WW, WAO, WIA), kindregelingen (AKW, TOG), kinderopvang, toezicht en inspectie, integratie, inburgering, arbeidsomstandigheden en inspectie en gelijke behandeling van werknemers.

De staatssecretaris is binnen de grenzen van het door de minister vastgestelde beleid in het bijzonder belast met:

  1. de Participatiewet/quotum (WWB/WSW/Wajong)
  2. de bijstand
  3. het pensioenstelsel
  4. armoede en schuldhulpverlening
  5. de ANW
  6. ESF
  7. de AOW
  8. re-integratie
  9. de aansturing van en de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de SVB
  10. de participatie van ouderen
  11. het ontwikkelen en ondersteunen van de samenwerking in de SUWI-keten
  12. gelijke behandeling op grond van leeftijd, geslacht en etnische afkomst en discriminatie.

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is verantwoordelijk voor het algemeen financieel beleid inzake de zorg (betaalbaarheid en toegankelijkheid), de Zorgverzekeringswet (Zvw), zorgtoeslag en pakketbeheer, de curatieve zorg, de GGZ, genees- en hulpmiddelen, beroepen en opleiding, arbeidsmarktbeleid, preventie binnen de cure, gezondheidsbescherming, medische (bio-)technologie, infectieziektebestrijding, kwaliteitsbeleid, sportbeleid, medisch-ethische vraagstukken, toezicht (inspecties), kennis- en informatie-infrastructuur,

De staatssecretaris is binnen de grenzen van het door de minister vastgestelde beleid in het bijzonder belast met:

  1. Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)
  2. Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) & mantelzorg
  3. Jeugdbeleid (preventief & consultatiebureaus en jeugdzorg)
  4. Kwaliteitsbeleid care
  5. Arbeidsmarktbeleid care en jeugd
  6. Preventie binnen de care
  7. Gezondheidsbevordering (leefstijl)
  8. Toezicht care & jeugd
  9. Oorlogsgetroffenen en verzetsdeelnemers
  10. Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, Tegemoetkoming specifieke zorgkosten en Compensatie eigen risico.

Voorts coördineert de staatssecretaris de decentralisatie van het jeugdbeleid.

VERVANGINGSREGELING

Bij Koninklijk Besluit nr. 12.002595 (gewijzigd bij besluit van 27 juni 2013, nr. 13.001343) is de vervanginsregeling voor het kabinet-Rutte II vastgesteld. Die regeling geldt voor de vervanging van een minister die tijdelijk afwezig is.

Hoofdregel is, dat een minister vervangen wordt door de staatssecretaris van hetzelfde ministerie voor zover en voor zolang de minister in de gelegenheid is om de staatssecretaris aanwijzingen te geven. De staatssecretaris kan in die gevallen met raadgevende stem aan de vergadering van de ministerraad deelnemen. Als de staatssecretaris niet als vervanger kan optreden (doordat ook hij afwezig is, of het ministerie geen staatssecretaris heeft, of de minister geen aanwijzingen kan geven aan de staatssecretaris) dan wordt de minister vervangen door een andere minister. Daarbij geldt de volgende regeling:

Minister

Vervanger

Minister-President, Minister van Algemene Zaken

Mr. dr. L.F. Asscher

Buitenlandse Zaken

Mw. drs. E.M.J. Ploumen en bij dier afwezigheid door mw. J.A. Hennis-Plasschaert

Veiligheid en Justitie

Dr. R.H.A. Plasterk

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Drs. S.A. Blok

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Mw. drs. E.I. Schippers

Financiën

H.G.J. Kamp

Defensie

Drs. F.C.G.M. Timmermans

Infrastructuur en Milieu

Mr. dr. L.F. Asscher

Economische Zaken

Ir. J.R.V.A. Dijsselbloem

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Mw. drs. M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Mw. dr. M. Bussemaker

ZP: Buitenalndse handel en ontwikkelingssamenwerking

Drs. F.C.G.M. Timmermans en bij diens afwezigheid door H.G.J. Kamp

ZP: Wonen en rijksdienst

Dr. R.H.A. Plasterk

Als deze regeling niet kan worden toegepast doordat ook de vervanger afwezig is, dan wordt de minister vervangen door de Minister-President.

Als die er ook niet is vervangt mr. dr. L.F. Asscher de minister.

Als ook die afwezig is, dan vervangt de oudst aanwezige minister in jaren.

Scroll naar boven