Inhoud

Ideeën internationale orde; Nederlands-Belgische samenwerking

Behalve met deze kwesties van meer incidentele aard hield de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken zich vooral bezig met de vraag welke internationale orde na de oorlog moest worden opgebouwd en welke plaats Nederland daarin zou dienen in te nemen. In een tweetal radiotoespraken voor de B.B.C.-microfoon (op 25 november 1942 en 28 december 1943) zinspeelde Van Kleffens met duidelijke sympathie op de mogelijkheid van nauwe samenwerking tussen Noord-Amerika en de landen van West-Europa. Een politiek van regionale aaneensluiting dus. Toen naderhand duidelijk werd dat de Verenigde Staten vooralsnog een uitgesproken voorkeur had voor universele samenwerking in een nieuwe internationale organisatie die niet de gebreken zou vertonen van de vooroorlogse Volkenbond, ging minister Van Klefrens zijn inspanningen richten op de totstandkoming van de Verenigde Naties. Zowel tijdens de voorbereidingsconferentie in Dumbarton Oaks (augustus-oktober 1944) als bij de eigenlijke oprichtingsconferentie van de Verenigde Naties in San Francisco (april-juni 1945) ontplooide Nederland grote activiteit. Van Kleffens wierp zich in het bijzonder op als kampioen van de rechten der kleine landen; met principiële argumenten bestreed hij het voorstel de grote mogendheden op bepaalde manieren te bevoorrechten. Zelf diende hij een amendement in op het VN-handvest dat ertoe strekte een uit “wijze mannen” bestaand onafhankelijk lichaam in te stellen dat besluiten van de Veiligheidsraad zou dienen te toetsen aan beginselen van recht en moraal. Dit voorstel maakte overigens geen schijn van kans. Nog voor het einde van de oorlog (september 1944) werd besloten dat een douane-unie met België tot stand zou komen, welke unie de grondslag zou vormen van de latere Benelux. Reeds vanaf 1869 waren plannen in deze richting ontvouwd. De gezamenlijke beproeving van de oorlog bracht beide landen althans in (economisch opzicht) eindelijk bij elkaar.

Voor meer informatie over de desbetreffende periode, zie:

  • L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, Deel 9, Londen eerste helft, hoofdstuk 8, ‘s-Gravenhage,1979
  • A.F. Manning, De buitenlandse politiek van de Nederlandse regering in Londen tot 1942, in: Tijdschrift voor Geschiedenis, 91(1978), pp 49-65. 

Zie met name over de beleidsvorming en organisatorische aspecten: Albert Kersten, Buitenlandse Zaken in ballingschap: Groei en verandering van een ministerie 1940-1945, Alphen aan den Rijn, 1981.

Zie in het bijzonder over de langdurige kwestie van het aanknopen van diplomatieke betrekkingen met de Sovjet-Unie: H.P.M. Knapen, De lange weg naar Moskou, Amsterdam, 1985.

 

De kwestie van de relatie met het Vaticaan wordt behandeld in: A.F. Manning, Herstel van de diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en het Vaticaan (1940-1944), in: Jaarboek van het Katholiek Documentatie Centrum, 2 (1972), pp. 89-110.

Voor een persoonlijke getuigenis van de betrokken minister van Buitenlandse Zaken, zie: E.N. van Kleffens, Belevenissen II, 1940-1958, Alphen aan den Rijn,1983.

Een beeld van hoe tijdens de oorlog werd gedacht over de plaats van Nederland in de internationale betrekkingen, verschaft: H. Daalder, Nederland en de wereld, in: Tijdschrift voor Geschiedenis, Vol. 66 (1953), pp. 170-200.

Scroll naar top