Inhoud

UNIFIL

Nederland, dat in 1934 na de nodige aarzeling 250 man beschikbaar had gesteld voor de eerste door de Volkenbond samengestelde internationale troepenmacht (in het Saarland), hield na de Koreaanse oorlog zijn bijdrage aan VN-vredesoperaties beperkt. Het gaf financiële steun voor operaties in het Midden-Oosten (1956) en Congo (1960) en zond enkele keren waarnemers (naar Palestina, Libanon, Jemen en het grensgebied tussen India en Pakistan). Maar het stelde geen militaire eenheden beschikbaar. Het besluit dit wel te doen, werd in 1963 genomen en aan de VN overgebracht. Van het verschillende keren herhaalde en zelfs uitgebreide aanbod om militaire eenheden beschikbaar te houden, maakte de VN tot eind jaren zeventig echter geen gebruik.

In 1974 had de Veiligheidsraad ter wille van vredeshandhaving een licht bewapende vredesmacht in het Zuiden van Libanon gestationeerd, de UN Interim Force in Lebanon UNIFIL. Na een verzoek van VN-secretaris-generaal K. Waldheim eind 1978 stelde Nederland al in maart 1979 troepen ter beschikking van UNIFIL. Bij gebrek aan voldoende vrijwilligers zag minister van Defensie W. Scholten zich gedwongen ook dienstplichtigen te sturen. Nederland begreep spoedig dat zijn troepen niet echt toegerust waren voor VN-taken en dat verplichtingen in het kader van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie en het voldoen aan VN-verzoeken zich slecht met elkaar verhielden. In antwoord hierop ontwikkelde de regering begin jaren tachtig nieuw beleid om vooral kleine, gespecialiseerde eenheden voor vredeshandhaving van de VN beschikbaar te hebben. Ook over de financiële regelingen met de VN was het nodige te doen. In 1983 bereikte Nederland voor UNIFIL een kostenreductie door gedeeltelijke terugtrekking van de Nederlandse militairen. In 1985 werden de resterende troepen teruggetrokken, omdat de regering de toestand in Libanon te gevaarlijk achtte.

Scroll naar top