Inhoud

Voornaamste wijzigingen (overige onderwerpen)

Samenstelling Staten-Generaal

Aantal kamers
1814 1815
Eén Twee
Aantal leden Tweede Kamer
1814 1815 1840 1848 1887 1956
55 110 58 68-86 100 150
Aantal leden Eerste Kamer
1815 1840 1848 1887 1956
40-60 20-30 39 50 75
Tijdelijke vervanging: 2002

Rechten van het parlement

 

Inlichtingen: 1848, 1987
Enquête Tweede Kamer: 1848
Enquête Eerste Kamer: 1887
Immuniteit: 1814
Amendement: 1848
Initiatief: 1814
Begroting: 1814

 

Ministeriële verantwoordelijkheid

 

Jegens de Koning: 1814
Strafrechtelijk: 1840
Contraseign: 1840
Algemeen voorschrift: 1848

 

Kiesstelsel

 

Eerste Kamer
1815 1848
benoemd door de Koning voor het leven indirect door leden Provinciale Staten

Tweede Kamer

1814 1848 1917 1922
indirect door leden Provinciale Staten direct via districtenstelsel direct via evenredige vertegenwoordiging idem, binnen grenzen door de wet gesteld

Kiesrecht

 

Passief Eerste Kamer
1815 1848 1887 1917
aanzienlijksten
40 jaar
hoogst aangeslagenen
30 jaar
verder als Tweede Kamer
hoogstaangeslagenen
hoge ambtsdragers
verder als Tweede Kamer
als Tweede Kamer
Passief Tweede Kamer
1814 1840 1884 1887 1953 1956
ingezetene van betreffende provincie
30 jaar
Nederlander
volle genot burgerschapsrechten
30 jaar
mannelijk Nederlander
idem
tevens vrouwen 25 jaar 21 jaar tot leeftijd meerderjarigheid
verlaagd is tot 18 jaar; daarna: 18 jaar
Actief Tweede Kamer
1840 1884 1887 1917
census
direct
meerderjarig
nederlanders
ingezetenen
Nederlanders
direct
mannen
kenteken van geschiktheid
door de wet te bepalen leeftijd
(niet beneden 23 jaar)
ingezetenen
Nederlanders
mannen
door de wet te bepalen leeftijd
(niet beneden 23 jaar)
vrouwen onder gelijke voorwaarden
voorzover de wet haar kiesrecht verleent
ingezetenen
Nederlanders
ingezetenen
door de wet te bepalen leeftijd
(niet beneden 23 jaar)
Vervallen van bepaling over het uitsluiten van wilsonbekwamen (onder curatele gestelden) van het kiesrecht: 2008
Elke nederlander tot elke landsbediening benoembaar: 1815
Verbod grondwetsherziening gedurende regentschap: 1815, in 1848 beperkt tot bepalingen over troonopvolging, vervallen in 1917.
Noodtoestand: 1884
Burgerlijke staat van beleg: 1946
Gewetensbezwaren defensie: 1917
Verordenende bevoegdheid voor andere dan in de Grondwet genoemde lichamen: 1917, gewijzigd in 1922
Minister zonder portefeuille: 1922
Ombudsman: 1983, gewijzigd in 2002
Bepalingen over voorzitterschap van gemeenteraad en provinciale staten kwamen te vervallen in 2008.
Scroll naar top