Uitgaven

De uitgaven van de Staten-Generaal zijn tussen 1960 en 1985 ongeveer even sterk gestegen als die van de rijksbegroting in haar geheel. Sinds 1985 zijn de uitgaven van de beide kamers aanzienlijk sterker gestegen dan de uitgaven van de staat als geheel. In onderstaande tabel staan de sinds 1960 nominaal geraamde uitgaven van beide kamers afzonderlijk, alsmede de gezamenlijke uitgaven – de post overige uitgaven Staten-Generaal resp. Staten-Generaal Algemeen – opgesomd. Vanaf 2011 bevat de post “Tweede Kamer (totaal)” ook de uitgaven ten behoeve van leden van het Europees Parlement.

Geraamde uitgaven Staten-Generaal: vanaf 2000 zijn de bedragen niet meer in guldens, maar in euro’s.

Geraamd beloop voor

Eerste Kamer (totaal)

Tweede Kamer (totaal)

Overige gaven Staten-uit Generaal Algemeen (totaal)

Staten-Generaal (totaa)

1960

684.200

4.086.000

532.100

5.302.300

1961

701.200

4.042.100

538.500

5.281.800

1962

731.800

4.363.400

556.800

5.652.000

1963

782.800

5.344.000

654.200

6.781.000

1964

1.000.100

5.797.000

692.300

7.489.400

1965

1.173.900

7.134.700

777.900

9.086.500

1966

1.175.400

7.679.800

1.024.600

9.879.800

1967

1.419.300

8.467.600

1.074.100

10.961.000

1968

1.509.700

9.382.300

1.238.600

12.130.600

1969

1.699.900

12.386.000

1.251.900

15.337.800

1970

1.868.100

13.695.000

1.715.200

17.278.300

1971

2.054.700

17.426.000

1.571.100

21.051.800

1972

2.290.100

20.737.000

2.151.500

25.178.600

1973

2.605.600

22.332.000

2.305.300

27.242.900

1974

3.240.600

28.481.500

2.546.800

34.268.900

1975

3.420.500

33.935.600

2.957.500

40.313.100

1976

4.141.000

42.385.000

3.513.000

50.039.000

1977

4.428.000

47.856.100

3.890.500

56.174.600

1978

4.754.000

53.236.500

4.272.800

62.263.300

1979

5.125.000

60.735.000

4.316.000

70.176.000

1980

5.380.000

61.574.000

8.184.000

75.138.000

1981

5.604.000

67.653.000

7.206.000

80.463.000

1982

5.856.000

69.517.000

9.545.000

84.918.000

1983

6.037.000

71.944.000

9.398.000

87.379.000

1984

6.245.000

72.820.000

9.340.000

88.405.000

1985

6.563.000

73.195.000

9.527.000

89.285.000

1986

6.578.000

79.990.000

11.070.000

97.818.000

1987

6.783.000

79.402.000

9.158.000

95.343.000

1988

6.544.000

79.070.000

10.792.000

96.406.000

1989

6.689.000

80.647.000

10.764.000

98.100.000

1990

7.024.000

87.737.000

7.067.000

101.828.000

1991

7.430.000

94.911.000

7.909.000

110.250.000

1992

7.699.000

103.659.000

6.844.000

118.202.000

1993

9.944.000

108.603.000

7.743.000

126.290.000

1994

10.493.000

116.261.000

8.350.000

135.104.000

1995

10.474.000

123.105.000

8.211.000

141.790.000

1996

10.687.000

127.927.000

9.023.000

147.628.000

1997

11.166.000

135.462.000

9.551.000

156.179.000

1998

11.890.000

145.056.000

10.017.000

166.963.000

1999

12.312.000

148.659.000

11.119.000

171.090.000

2000

6.301.000

70.546.000

4.874.000

81.721.000

2001

6.405.000

74.506.000

4.938.000

85.849.000

2002

6.033.000

82.545.000

5.265.000

93.843.000

2003

7.694.000

86.985.000

6.024.000

100.703.000

2004

8.137.000

96.354.000

7.203.000

111.694.000

2005

8.197.000

103.686.000

1.875.000

113.758.000

2006

8.344.000

103.021.000

1.895.000

113.260.000

2007

9.301.000

111.789.000

1.917.000

123.007.000

2008

9.487.000

116.071.000

1.933.000

127.491.000

2009

10.358.000

121.757.000

1.473.000

133.588.000

2010

10.433.000

124.808.000

1.483.000

136.724.000

2011

10.736.000

124.979.000

1.547.000

137.262.000

2012

11.278.000

128.118.000

1.547.000

140.943.000

2013

11.434.000

125.699.000

1.561.000

138.694.000

Bron: Rijksbegrotingen, hoofdstuk II.

De nominale stijging van de uitgaven van de Tweede Kamer is sinds 1960 ongeveer tweemaal zo sterk als die van de Eerste Kamer.

De uitgaven van de Tweede Kamer zijn goeddeels bepaald door drie hoge begrotingsposten, te weten:

  • de schadeloosstelling van de leden inclusief toeslagen
  • de personele en materiële lasten
  • de ondersteuning van fracties en individuele leden.

De uitgaven voor de kamers tezamen omvatten tot en met 2004 vooral de salarislasten voor het personeel van de stenografische dienst.

Scroll naar boven